Flevo 1990: ‘Wie verzint zoiets?’

Flevo 1990: ‘Wie verzint zoiets?’

80 jaar Youth for Christ

Was jij erbij, op Flevo? Het Flevo Festival was een begrip in christelijke Nederland, eind vorige eeuw. Van 1978 tot 2012 werd het festival elk jaar georganiseerd door Youth for Christ, later samen met de EO. Het festival startte in het Zeeuwse Kamperland, verhuisde later naar Biddinghuizen en moest daarna nog drie keer verkassen: naar Eindhoven, Liempde en recreatieplas Bussloo. Zo’n tienduizend bezoekers genoten elke zomer van christelijke livemuziek, sprekers, theater, cabaret, sport en film.

Presentator en muziekjournalist Leo Blokhuis werkte in de jaren ’80 en ’90 op de redactie van ons tijdschrift Aktie. Als muziekliefhebber kende hij het Flevo Festival als geen ander. In Aktie deed hij verslag van wat hij zag, hoorde en meemaakte, op de brutale en recht-voor-z’n-raap-manier die we gewend zijn van Aktie.
Ga met ons mee terug in de tijd en lees het sfeerverslag dat Leo Blokhuis schreef van Flevo 1990!

Auteur: Leo Blokhuis

Mevrouw De Boer schuift de gordijnen dicht. Wat maken die buren toch weer een herrie. De familie De Boer moet het wel weten dat dat jonge stel naast hen een nieuwe stereo heeft! Regelmatig dringen de irritante basdreunen door tot in de huiskamer van gezin De Boer, maar vanavond maken ze het wel heel bont!

Ronald heeft er een beetje de pest in. Hij moet het hele weekend werken. Een schier eindeloos lijkend weekend. Hij is kabelsjouwer bij het NOB en is ingehuurd voor een klus in de Flevopolder. Hoe verzinnen ze het: een stel grristenen bij elkaar in een troosteloze natte polder. Ronald kan even niets somberders voorstellen dan opgeklopte semi-vrolijkheid op het drijfzand van de Flevohof.

Ronald zit gehurkt in de coulissen van het hoofdpodium op het festivalterrein. De kabel in zijn rechterhand. Die moet hij snel terugtrekken als de cameraman aan het uiteinde van de kabel het belieft een paar passen terug te doen. Het denim en zwarte leer vlak voor de dranghekken gaat wild heen en weer en tot Ronalds grote verbazing wordt er volop geheadbanged. Kan dat ook zonder een biertap binnen handbereik? Whitecross heet de band die op het podium staat en het lijkt net echte heavy metal wat ze spelen.

Ronald vindt deze herrie net iets beter te pruimen dan de rest. Het begon al helemaal fout met een overgeproduceerde overspannen Duitser. Zijn de organisatoren van dit circus dan zo kort van memorie? Weten ze helemaal niet meer wat er gebeurd is? Hoe die ellendeling van een Klinnsman… Hoe komen al die Duitse vlaggen en… voetbalshirts!? eigenlijk op het veld?

Toen die countryboer uit Texas, Bruce Carroll ofzo. Ach-ach-ach. Ronald heeft het sowieso al niet zo op met die countrymuziek, als de artiest in kwestie dan ook nog-es roept ‘Je kunt alleen leven in overvloed hebben door Jezus’ en ‘Thank God for the rain’, terwijl die met bakken uit de hemel stort, dan heeft Ronald alleen maar zin hem even flink over zijn kabel te laten struikelen. En daarna nog-es zo’n zangeresje… Typisch zo’n dertien in een dozijn EO-op-woensdagmorgen tiepje. Probeerde nog te rappen ook. Pfff, had waarschijnlijk nog nooit van de 2 Live Crew gehoord. Trace Balin heet ze, ziet Ronald op de setlist.

Maar nou die heavy jongens van Whitecross, Ronald had nog nooit een metalband zien spelen, waar geen dronken jongens over de hoofden van het publiek vlak voor het podium gedropt werd, om vervolgens via de ordedienst weer helemaal achteraan neer gezet te worden. Kijk, kijk die zanger nou…. ‘Vanavond krijg je de kans om Jezus aan te nemen. Doe het nu.’ Hoe krijgt-ie die onzin uit z’n strot. En de domme massa maar hossen.

Goed, deze wil Ronald de verzamelde gristenkinderen ook nog wel meegeven: de groep Iona vindt hij niet slecht. Mooi eigenlijk. Er treedt waarschijnlijk iets van gewenning op. Gelukkig nog maar één band te gaan, dan zit zijn klus er weer op voor vanavond. Dat die feestvierders nog een paar uur doorgaan, zal Ronald worst wezen. Hij kan de bungalow opzoeken. Hij heeft gehoord dat hij geen klagen heeft met een bungalowtje in het park bij de Flevohof. De festivalgangers dobberen in hun tentjes, maar die kiezen er zelf voor. Met een stelletje van die stinkers van het NOB in één hok valt ook niet mee.

Mevrouw De Boer kan de slaap niet vatten. Haar man ronkt al lekker, maar zij heeft nog wel eens problemen ’s nachts. Het is al bijna twee uur, en nog steeds hoort mevrouw De Boer de bas van de buren. Zo ergerlijk; ze moet er maar naar blijven luisteren. Het rustige Veluwse plaatsje ’t Harde is toch ook niet meer wat het geweest is.

'Het rustige Veluwse plaatsje ’t Harde is toch ook niet meer wat het geweest is'

Ronald slentert verveeld over het festivalterrein. De geweldige schuine verhalen die de NOB’ers vanmorgen in de bungalow vertelden, hadden hem slechts een kwartiertje van zijn sjacharijnige bui kunnen helpen. Een blik in het programmablaadje verergerde de boel alleen maar. Waar meer dan zevenduizend van zijn leeftijdsgenoten zich al niet druk om kunnen maken: ‘Try out kerkdienst’ (weten ze na 2000 jaar nog steeds niet hoe dat moet?), ‘Paulus over vrouwen’ en ‘Sex is meer dan je denkt’ (heeft dat met elkaar te maken? Volgend jaar wil Ronald wel een lezing over vrouwen houden), ‘New Age, Tramhalte Aquarius’, ‘Over twijfel en vertrouwen’ en ‘Ik ben de Here uw God’… Die lui zijn in de war!

’s Middags soundcheck en ’s avonds weer een avond gesjouw. De lijst artiesten bulkte weer van het voor Ronald onbekende ‘talent’: Jacob’s Trouble, Marylène, Rez, Thesis, Darrell Mansfield en James Ward. Nergens ooit van gehoord. Terwijl Ronald inmiddels niet echt meer een leek op het gebied van de muziek te noemen is. De eerste rockers vallen niet echt tegen, maar de tweede act vindt Ronald te gek. Een Frans zangeresje met een geweldig want kort rokje aan. Ze huppelt wat onwennig over het grote podium en Ronald verdiept zich zo in het fraais dat de cameraman aan het eind van zijn kabel bijna over de dikke rol naar beneden struikelt. Toch gauw een ton, dat apparaat dat die man op z’n schouder heeft, grinnikt Ronald en trekt snel de kabel binnen.

Al met al toch nog iets van menselijkheid in deze wereldvreemde uithoek. Hoe kunnen mensen zich zo naïef afzonderen van alles wat er gebeurt. Hoe kan die woesteling op het podium, recht voor de neus van Ronald, roepen ‘Jesus is the best’, terwijl Jezus de boel helemaal niet onder controle heeft. Weten die kids wel wat er op dit moment in de Golf gebeurt? Wel eens van honger gehoord, van Aids, van zure regen?

Opgefokt struint Ronald ’s nachts over het terrein. Kijk ze nou eens lol maken, stelletje halzen. Moeten die lui trouwens niet eens naar bed? Hé, kijk eens. Knap tentje – even binnen kijken. „Ik was boos op God”, hoort hij. Kijk, dat begint er al op te lijken. „Mijn eerste gedachte was weer drugs te gaan gebruiken. Wat maakte het tenslotte nog uit? Ik had geen zin meer in bidden of de Heer lofprijzen.” Ronald staat bij de ingang van een doodstille tent. Een soort ouderwetse danstent met veel spiegels. De man op het podium vertelt, het publiek is ademloos. „Het belangrijkste was dat Jezus met me meehuilde. En ik weet dat hij van me houdt. Hij heeft me geen Aids gegeven, dat heb ik zelf gedaan. Die gedachte gaf me rust en heeft me eigenlijk terug bij God gebracht.” Ronald ziet rode ogen en hoort een presentator met gebroken stem de show afronden. ‘Jezus huilde met me mee’, nieuwe tekst voor Ronald; nog nooit gehoord, zoiets.

'Hoe verzinnen ze het: een stel grristenen bij elkaar in een troosteloze natte polder'

Mevrouw De Boer neemt nog een poeder. Oh, die verschrikkelijke hoofdpijn. Als ze nou eens kon slapen. En weer die vreselijke herrie bij de buren vandaan. Ze heeft ze vandaag wel gezien, maar durfde er eigenlijk toch niets over te zeggen. Maar nou weer… Hé, dat lijkt wel ‘een see er veeej’. Zijn die op de radio vannacht?

Ronald begrijpt een hoop dingen niet: hoe komt het dat hier hardrockers en burgertrutjes samen een milkshake halen? Waarom begrijpt hij de festivalbezoekers wel als ze lol trappen bij de tent, maar niet meer als ze met gebogen hoofd in een achteraf-tentje zitten, eh… de kapeltent ofzo? Waarom doen de mannen met gele en ander gekleurde banden van de ordedienst zo gewichtig als hier werkelijk niks spannends gebeurt en waarom moet Ronald voor een pilsje helemaal naar z’n eigen bungalow?

Mevrouw De Boer wandelt voor haar laatste inkopen voor de zondag nog even naar de kruidenier. „Goeiemiddag, tante Ans”, hoort ze achter zich. Neef Klaas. Hij werkt bij de politie en mevrouw De Boer mag hem graag zien in z’n indrukwekkende uniform. „U ziet er niet zo florissant uit. Scheelt er wat aan?”, informeert Klaas bezorgd.
„Ach, de nachten hè”, glimlacht zijn tante flauwtjes. Attente kerel toch, die Klaas. Zondags uit de kerk komt hij vaak even langs, hij kent z’n tante goed. „Heeft u ook last van die feestvierders?”, vraagt Klaas. „Hebben er mensen geklaagd dan over m’n buurtjes?”, schrikt mevrouw De Boer. „Ach, zo slecht bedoel…”
„Nou, buurtjes”, zegt Klaas, „ze zitten wel vijftien kilometer verderop hoor! Een of ander festival in de polder. Wordt elk jaar gehouden, maar dit jaar staat de wind een beetje beroerd. Het hele dorp kan het geluid horen. ’t Schijnt nog christelijk te zijn ook.” Zoveel herrie, dat zouden ze vanuit de kerk van mevrouw De Boer toch nooit goedvinden. Wie verzint zoiets? Hoe komt het toch dat alles zo anders moet dan toen zij jong was. Toen ging het hele dorp nog gewoon naar de kerk. Daar hoefde je helemaal geen lawaai voor te maken.

Weer van die heerlijke titels op het programma vanmiddag, ziet Ronald. ‘Woon jij ook in een onbewoonbaar verklaarde woning?’, ‘Carrière maken met God’, ‘Geld, sex en macht’, ‘Identiteit en inspiratie’, een ‘bewegingsvoorstelling’ en als je het helemaal niet meer weet een ‘Sing-in’. Ronald lacht zich rot om de gristenkindertjes die in dodelijke ernst de meest idiote en spastische bewegingen staan te maken in wat later een ‘bewegingsworkshop’ blijkt te zijn.
Ach, als je je best doet, valt er nog best te lachen, bedenkt Ronald terwijl hij langs de keet van de Flevokrant loopt. Daar steken juist twee hardrockers hun kop naar binnen en schreeuwen: „Hoe durven jullie te schrijven dat Marylène te dikke benen heeft! We zijn woedend. Ze heeft geweldige benen! Ze heeft de mooiste benen die we hier gezien hebben! ZE HEEFT EEN STEL WERELDBENEN!” Ben ik toch niet de enige, gniffelt Ronald.

'Je takelt af van een paar dagen gristenen', denkt Ronald

Ronald maakt zich ernstig zorgen. Die eerste act vanavond, The Newsboys, had wel wat van U2 weg. Eigenlijk wel een beetje. De Italiaanse minstreel maakt Ronald niet helemaal mee, maar vervolgens bestijgt ene Larry Howard het podium en voor echte blues gaat Ronald sowieso plat. De feel, zo relaxed. Vervolgens komt er een stelletje als Blues Brothers uitgedoste Zweden het platform op, die ook nog eens ‘Everybody Needs Somebody To Love’ van diezelfde Blues Brothers spelen en Ronald betrapt zich op meezingen. Twee jongens brengen een rap rip-off, maar de heren van DC Talk zijn wel akelig goed verstaanbaar. Toch vindt Ronald Decent Christian Talk samen met rap net zoiets als Lubbers samen met de Stones. Hij moet gniffelen om zijn eigen vergelijking en vergeet z’n kabel helemaal. Die zit vast achter een monitor, waardoor de cameraman alleen met een wilde zwaai net naast de coulissen z’n evenwicht kan bewaren en Ronald de rest van de avond steevast met ‘pasteitje’ aanspreekt.
De volgende band, de 77’s, maken lekkere gitaarrock en Charlie Peacock vindt Ronald gewoon goed. Maar goed dat het voorbij is. Je takelt af van een paar dagen gristenen, denkt Ronald.

Mevrouw De Boer woelt. Hoe kan haar man zo slapen terwijl zij… Ach, die ellendige hoofdpijn ook. Die beukende bas, niet eens zo hard, maar onmiskenbaar aanwezig. Een christelijke bas, die de naam van haar oudste zoon tegen de binnenkant van haar schedel dreunt. Wat had ze hem nog graag thuis gehad. Wat zou ze het graag overdóen. Maar wat ging er eigenlijk fout, toen hij al tien jaar geleden besloot dat hij op zondag liever wilde voetballen dan met pa en ma mee naar de kerk. Och, was-ie nog maar klein, kon ze hem nog maar overtuigen dat ze écht het beste met hem voor had. Nu gaat dat niet meer. De laatste keer dat ze er over begonnen was, is alweer twee jaar geleden. En sinds dat gesprek is hij niet meer thuis geweest.

Ronald slentert over het soppige gras. De sfeer in de bungalow is niet echt te gek na Ronalds geintje met de cameraman en Ronald voelt er eigenlijk weinig voor nog terug te gaan. Er schijnen er wel meer de hele nacht op te blijven, aan het eind van het festival. Morgen weer terug naar het Gooi, naar Jeanne, bij wie hij al weer drie maanden woont. Dat is lang, voor Ronalds doen. Terug naar de shit van het werk, altijd maar werk, naar die pestsfeer met Jeannes vrienden. Maar ja, een pestsfeer is nog altijd beter dan helemaal niks… Ach, hij moet niet zeiken…
Maar toch…
„Hé, lange! Moej een pilsje?” Ronald kent de jongens niet, maar een U2-vlag kan nooit boven een slechte tent wapperen. „Ach, dat is niet eens een slecht idee…”, zegt hij. „Kom maar”, zegt een knaap in leren jasje. Ronald heeft niet zo’n best geheugen voor gezichten, maar is dit niet één van die twee die het vanmiddag nog opnam voor de benen van Marylène? „Je moet nooit alleen het festival uitgaan. ’t Is altijd te snel afgelopen. Dan moet je in ieder geval met iemand kunnen napraten.” ’t Harde is hier niet ver vandaan, flitst het door Ronalds hoofd. Ik moet weer eens naar m’n moeder.
„Hoe heet je eigenlijk?” „Ronald. Ronald de Boer.”

foto links: auteur Leo Blokhuis op de redactie van tijdschrift Aktie