Wekelijks ziet jongerenwerker Lydia tieners en jongeren die geen idee hebben dat er nog steeds mensen zijn die in God geloven. “In hun beleving is er echt niemand meer die nog gelooft dat God echt bestaat, tegen Hem praat en daar op zondagochtend z’n bed voor uit komt. Naja, niemand? Behalve hun opa en oma dan. Die gaan nog wel eens naar de kerk en daar hebben ze vroeger iets met ‘Onze Vader ofzo’ geleerd.”
“Dat ‘Onze Vader’ van vroeger blijkt vaak toch nog wel ergens in het achterhoofd te zitten. En wanneer ik er wat op doorvraag, zijn er vaak hele goede herinneringen aan die opa’s en oma’s die ook zo gek waren om op zondagochtend hun bed te verruilen voor harde kerkbanken. Het was een plek van vertrouwen, van verhalen, van een groter verhaal.”
Stil verdriet
“Met enige regelmaat spreek ik in mijn wijkgemeente juist die opa’s en oma’s, die vaak een stil verdriet hebben rondom de keuzes van hun kinderen en kleinkinderen. En het gaat niet zozeer om die keuzes, maar vooral het gevoel dat ze het belangrijkste van de opvoeding niet hebben opgepikt voor hun eigen leven: de liefde van Jezus. Talloze (groot)ouders in onze kerken ervaren dit als een groot verdriet en gemis. Hun liefde voor God is geen gedeelde factor in het gezin.”